Spiegel

 

Iets van m’n moeder:

de manier waarop ze loopt,

de rimpels om haar ogen als ze lacht,

de aandacht voor haar uiterlijk,

de manier van praten;

ik zie het terug in de spiegel

 

Iets van mijn vader:

de klank van zijn stem,

hoe hij over dingen denkt,

het bedachtzame als we iets bespreken,

de blik in zijn ogen;

ik voel het terug in de spiegel.

 

Iets van mijn vrienden:

hoe ze zich kleden,

de herrie die ze vaak maken,

de muziek waar ze van houden,

de wetjes van de groep;

ik hoor het terug in de spiegel.

 

Maar alles van mezelf:

een beetje van de een,

een beetje van de ander,

vermengd tot wat bij mij hoort,

waar ik me goed bij voel.