Midden in de donkere weken
 Midden in de donkere weken
van december, elk jaar weer,
doet een onverklaarbaar heimwee
elk mens verlangen, keer op keer

We zien het in de winkels
we zien het op de straat
waar op ieder ledig plekje
een boom te fonkelen staat

De lichtjes in die bomen
helen zij de smart?
Of zijn ze een verdoving
Voor een verlangend mensenhart?

En dan ineens, een echte ster
verlicht de donkere nacht
En meldt ons met zijn lichtglans
Dat er redding is gebracht

Nog liggend in een kribbe
als een kind, onschuldig rein
Doch met voor elk mens het troostwoord:
dat Hij graag in ons hart wil zijn.

Laat ons dan bezinnen
Of ons hart er klaar voor is
Of er in onze herberg
wl plaats voor Christus is.