Jouw landschap

 

Wie ben je?

Ken ik je wel?

Of moet ik elke keer mijn beeld herijken?

Welk landschap tref ik aan

als ik voor even in jouw hoofd kan kijken?

 

Die ene hoge berg,

verraadt die diepe kloven,

Een afgrond waar je nooit meer uit verrijst?

Of raak ik daar de hemel aan,

zo zeldzaam hoog hierboven,

Is daar het panorama op de liefde ingelijst?

 

De bossen in het dal,

verbergen die hun paden,

verdwaal ik bij de allereerste boom?

Of vind ik daar ’t gezeefde licht,

de vrucht, maar ook de zaden?

Weerspiegelen de vennen daar mijn allermooiste droom?

 

Die wilde waterval,

sleurt die me naar beneden

en is er niemand die mijn handen grijpt?

Of brengt die woeste waterkracht

me naar een hof van Eden,

terwijl de stroom mij glans geeft en mijn scherpe kanten slijpt?

 

Wie ben je?

Ken ik je wel?

Of moet ik elke keer mijn beeld herijken?

Welk landschap tref ik aan

als ik voor even in jouw hoofd kan kijken?

 

Gerard van Midden