Een mens lijdt dikwijls het meest

Een mens lijdt dikwijls het meest

Door het lijden dat hij vreest

En dat nooit op komt dagen

Zo heeft hij meer te dragen

dan God te dragen geeft.

 

Wie nooit heeft geleden,

Heeft nimmer geleefd.

Wie nooit zich vergiste,

Heeft nimmer gestreefd.

Wie nooit heeft geweend,

Heeft geen vreugde als hij lacht.

Wie nooit heeft getwijfeld,

Heeft nooit ernstig gedacht.

 

Sterven doe je niet ineens

maar af en toe een beetje.

En alle beetjes die je stierf,

't is vreemd, maar die vergeet je.

Het is jezelf dikwijls ontgaan, je zegt,

Ik ben wat moe.

Maar op een keer, dan ben je aan je laatste beetje toe.

 

(rouwadvertentie)