Diverse kleine gedichtjes bij elkaar (uit...laat ze maar lachen...van Harry de Jong)

 

Het leven wordt te

kunstmatig

dacht ik

en ik vluchtte

naar de bossen.

Daar was men

net bezig

de oude bomen

om te hakken

en jonge

aan te planten

 

Eindelijk,

dacht ik,

ze hebben ons

een zendeling

gestuurd. Maar t viel

weer tegen,

hij kwam alleen maar

een lezing houden

met dia's

over een ver land

 

Die Surinamer

van hiernaast

heeft zich snel aangepast.

Vanmorgen

beweerde hij

tenminste dat

de achterbuurman

hem probeerde

zwart te maken.

 

Snakkend

naar een teken

van menselijk leven

zagen we eindelijk

een bordje met

verboden toegang

 

Vanavond in de tuin

zag ik vader aankomen.

Het schuren van zijn

manchester broek,

de geur van olie en

autobanden,

het zwart tussen zijn vingers:

ik wilde ook automonteur worden.

Toen tilde hij mij op

en ik voelde zijn stoppelige wang.

Vader is sterk, dacht ik trots.

 

Vanavond in de tuin

zag ik vader aankomen.

Gebogen en met

schone handen.

Ik legde mijn arm om zijn schouders

en liep met hem door de tuin.

Hij keek naar mijn stoppelige wangen

en zei:

je mag je wel eens scheren zoon

 

Je gezicht

was nat

van de regen

maar je ogen

stonden zonnig

en ik dacht

lekker weertje

vandaag.

 

Plotseling

overal mensen

die de straat

oprennen

en elkaar

luid toeroepen.

Jezus is terug zeker.

Nee, toch niet,

weer een ongeluk gebeurd.

 

 

 

 

 

 

Na al die jaren

weer in de kerk

en onwillekeurig

dacht ik aan

de gelijkenis

van de verloren zoon.

Toen kwam er

een ouderling

naast mij staan;

ik zat op een gereserveerde plaats.

 

Een mens vereenzaamt hier

zei ze. Ze glimlachte mat.

Ik zweeg. Wat moest ik zeggen?

We luisterden naar de stilte

in de kamer:

een buurman trok de w.c. door,

de bastonen van een top 40 plaatje

drongen doorde muur.

U zou wat meer onder de mensen

moeten, zei ik aarzelend.

 

Pa kijkt

in zijn doosje

met peppillen

en schrikt:

zoonlief

aan de drugs?

 

Stiekum

om me heen glurend

of iemand mij bespiedt

en toch zo

ongedwongen mogelijk

kijkend

o niet op te vallen.

zo rustig mogelijk

blijvend om geen

verkeerde beweging

te maken

eet ik achteloos

een broodje kaas

in de trein.

 

 

Bij het

oversteken

werd mijn leven

weer gespaard.

Niet omdat ik

mens was

maar omdat ik

op een zebra liep.

 

pa beult

de hond

weer af

want

het beest

is zo

hardleers.

 

Als kind

werd ik vaak

berispt

als ik zat

te lachen

terwijl dominee

de blijde boodschap bracht.

 

Een oude man

op z'n knieŽn

tussen t vuilnis

bij de weg.

Wat we al niet wegdoen.

 

Drie psychiaters

zitten gebogen

over mijn geval

en ik

ik zit te wachten

in de hal.

 

 

Ga je mee

naar bed?

Goed,

knikte zij,

ik ben

ook moe.

 

Tenslotte

hield zijn hart

op met kloppen.

Er werd toch niet

opengedaan.

 

De familie zit verslagen

in de houten banken

en vooraan ligt hij

te wachten op de dragers.

Een ding is nog steeds hetzelfde:

als hij erbij is

bepaalt hij de stemming.

 

Zij wil een

geŽmancipeerde vrouw zijn

en als zij dat wil

gebeurt het ook

want zij is de baas in huis.

 

Een mens zou

bij wijze van spreken

met God getrouwd

moeten zijn,

ze dominee.

Dat zijn we haast ook

zei ik.

want van Zijn Liefde

wordt niemand meer

warm of koud

 

Tussen al die

bruinverbrande mensen

voelde ik me

met mijn witte huis

als een neger

tussen blanken

Zondagmiddag;

de zoete geur

in de kamer

de radio

zacht aan

en bij de tafel

moeder

hoopvol op zoek

naar bekenden

van vroeger

in de

rouwadvertenties.

 

zwerven

was mijn lust

tot ik ging zwerven

 

Jij trekt je

veel te veel

van anderen aan,

zei hij verwijtend

terwijl we samen

op straat liepen;

doe toch net als ik;

laat de mensen kletsen.

En toen er achter ons

hard gelachen werd

zei hij:

kijk dat bedoel ik nou

daar moet je gewoon

niet op reageren,

laat ze je maar uitlachen.