De mensen dachten toen al

De mensen dachten toen al:

er moet verandering komen

en ieder had z'n dromen

maar... wie droomt er van een stal?

Wie droomt van een kindje klein

gewikkeld in wat doeken

wie zal z'n heil daar zoeken.

Wie denkt, dat God mens wil zijn?

De mensen denken vandaag:

er moet verandering komen,

en ieder heeft z'n dromen

want mensen dromen zo graag!

Maar... wie droomt er van een kind

dat zoveel jaren geleden

de strijd al heeft gestreden

de strijd, dat liefde overwint!

De mensen blijven dromen

en op een wonder wachten

maar... God houdt in gedachten

dat Hij zal wederkomen!

Zijn plan begon in die nacht

dat Jezus was geboren;

het morgenlicht ging gloren

Gods droom, waarop ik biddend wacht.